Doorlopend in deze liturgische schikking is de boog.
De boog van belofte, de levensboog van trouw, de spanning tussen hemel en aarde staat centraal.
De dode kronkeltakken wijzen op het kwaad en onrecht.
De rechte takken met de knoppen zijn symbool van verwachting en hoop op een nieuw leven.
De gebogen tak op de kop: "Zie, het onrecht en alles wat het leven naar Gods bedoeling onderdrukt, komt op zijn kop te staan."
De witte bloemen wijzen naar het perspectief van vrede.
De rechte takken die het onrecht, 'de kronkelige takken' te niet doen.
De roze bloemen; het licht breekt door, waar we reikhalzend naar uitzien.
De kronkelige takken van onrecht, omgeven door bloemen met hoop op ontferming van de Eeuwige.